Over Nicole Harmsen

Welkom op mijn website! Hier vind je informatie over mij en over Schrijversschool Vijfheerenlanden.

Ik studeerde Nederlands aan de Universiteit van Utrecht en was gedurende dertig jaar achtereenvolgens redacteur, uitgever en docent Nederlands. Tegenwoordig werk ik aan een nieuwe roman en een biografie van een Nederlandse letterkundige. Daarnaast begeleid ik onder de naam Schrijversschool Vijfheerenlanden beginnende en ervaren schrijvers en geef ik schrijfcursussen.

De Rusluie, een Nederlands-Russische familiegeschiedenis is mijn debuutroman.

‘De geschiedenis is op een bepaald niveau dus een soort perpetuum mobile. Dat zit in mijn boek, het idee van een perpetuum mobile. Van dood en leven, komen en gaan, oorlog en vrede. En steeds de vrijheidsstrijd. Mensen zoeken altijd naar vrijheid, maar als ze die denken te hebben, worden ze weer onderworpen. […] En uiteindelijk is het de vraag of de ware vrijheid wel bestaat. Om die vraag draait het hele boek.’ – uit een interview met Theo Hakkert, Tubantia 01-09-2018

‘Vrijheid bestaat niet, zeiden gekken.’ – Alexander Poesjkin

 

De Rusluie. Een Nederlands-Russische familiegeschiedenis

 

Fragment

Plotseling is er geen geschreeuw meer, geen gejammer. Hij probeert de situatie in te schatten. Wat is er aan de hand? Wat gebeurt daar? Soechov rommelt in de kist van Chavrosjka, gooit er spullen uit en stopt ook het een en ander in zijn zakken. Messen, kandelaars en kaarsen rollen over de vloer. Dan houdt hij een kettinkje omhoog en bestudeert het ding van dichtbij. Het is het kettinkje van Annetjen! Nog net onderdrukt Herman een schreeuw. Zijn mond is kurkdroog. Triomfantelijk kijkt Soechov om zich heen. Maar er is geen aandacht voor hem. Alle ogen zijn op Chavrosjka gericht, die levenloos op de grond ligt. Soechov stopt de ketting, de kandelaar en een groot aantal munten in zijn zak. Daarna prikt hij Chavrosjka met zijn wapen en schopt tegen zijn gezicht. Herman krimpt ineen. Geen teken van leven. Chavrosjka is dood. Met onbewogen gezicht wijst Soechov twee willekeurige gevangenen aan die het lichaam naar buiten moeten dragen. Als hij zijn hielen heeft gelicht, storten de medegevangenen zich als aasgieren op de spullen die uit de kist van Chavrosjka zijn gekomen. Herman verbaast zich er niet eens meer over. Een paar seconden slaat hij de graaiende, bezeten lijkenpikkers gade. Dan wurmt hij zich ertussen, stompt, slaat en grijpt alles wat hij maar te pakken kan krijgen. Een zilveren ring is zijn deel. Haastig stopt hij de buit in zijn kist. Soechov komt terug met versterking. Nu is het zaak om zich slapende te houden. Herman gaat op zijn zij liggen met zijn gezicht naar de muur. Zijn hart gaat tekeer, zijn hoofd tolt en zijn wangen worden nat. Bloedt hij? Nee, het zijn tranen. Hij huilt geluidloos, hoewel hij niet eens weet waarom. Dit is immers het leven zoals het gaat, zoals hij het nu moet leiden. Hij wiegt zichzelf in slaap terwijl hij steeds dezelfde vraag herhaalt, urenlang, zonder een wezenlijk antwoord te vinden. Wie is nu de verliezer, Chavrosjka, wie?

Contact